beperken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·per·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van perk met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beperken
beperkte
beperkt
zwak -t volledig

Werkwoord

beperken

  1. overgankelijk een verminderde reikwijdte geven, limiteren
    De deelname hieraan is beperkt tot minderjarigen.
  2. overgankelijk iemand hinderen in zijn mogelijkheden
    De leider van het land wordt door de grondwet beperkt in zijn macht.
  3. zich ~: minder doen
    Door zijn ziekte moest hij zich beperken tot het doen van het aller noodzakelijkste.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl