beperken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·per·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beperken
beperkte
beperkt
zwak -t volledig

Werkwoord

beperken

  1. (overgankelijk) een verminderde reikwijdte geven, limiteren
    De deelname hieraan is beperkt tot minderjarigen.
  2. (overgankelijk) iemand hinderen in zijn mogelijkheden
    De leider van het land wordt door de grondwet beperkt in zijn macht.
  3. zich ~: minder doen
    Door zijn ziekte moest hij zich beperken tot het doen van het aller noodzakelijkste.
Synoniemen
Vertalingen