Naar inhoud springen

beperken

Uit WikiWoordenboek
  • be·per·ken
  • afgeleid van perk met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beperken
beperkte
beperkt
zwak -t volledig

beperken

  1. overgankelijk een verminderde reikwijdte geven, limiteren, niet overal geldend
    • De deelname hieraan is beperkt tot minderjarigen. 
     Ze zouden zulke praktijken moeten beperken tot de Oostelijke Eilanden.[2]
     De ethiek kan zich echter niet beperken tot de persoonlijke, intersubjectieve verhouding tot de concrete en singuliere ander.[3]
  2. overgankelijk iemand hinderen in zijn mogelijkheden
    • De leider van het land wordt door de grondwet beperkt in zijn macht. 
  3. zich ~: minder doen
    • Door zijn ziekte moest hij zich beperken tot het doen van het aller noodzakelijkste. 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. beperken op website: Etymologiebank.nl
  2. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  3. Hans Achterhuis
    “De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9026315244
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be