zuinig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zui·nig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zuinig zuiniger zuinigst
verbogen zuinige zuinigere zuinigste

Bijvoeglijk naamwoord

zuinig

  1. voorzichtig met het uitgeven van geld
    Zuinig autorijden is niet alleen goed voor je portemonnee.
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl