zuinig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zui·nig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zuinig zuiniger zuinigst
verbogen zuinige zuinigere zuinigste
partitief zuinigs zuinigers -

Bijvoeglijk naamwoord

zuinig

  1. voorzichtig met het uitgeven van geld
    • Zuinig autorijden is niet alleen goed voor je portemonnee. 
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl