kwijtraken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwijt·ra·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kwijtraken
raakte kwijt
kwijtgeraakt
zwak -t volledig

Werkwoord

kwijtraken

  1. ergatief verloren gaan
    • Als je het niet opbergt, raakt het vast kwijt. 
  2. ergatief niet meer weten waar iets is
    • Ik ben m'n paspoort kwijtgeraakt. 
Opmerkingen
  • Hoewel het werkwoord ergatief is en met zijn vervoegd wordt, regeert het een voorwerp, dat echter eerder als oorzakelijk dan als lijdend gezien moet worden. Een omzetting naar een lijdende vorm is niet mogelijk.
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.