garder
Uiterlijk
- van Oudfrans garder; geleend van het West-Germaans *wardôn, zie ook Middelnederlands waerden en Middelhoogduits warten [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| garder |
gardais |
gardé |
| eerste groep | volledig | |
garder
- gar·der
| Naar frequentie | > 50000 |
|---|
garder, mv
- onbepaalde vorm nominatief meervoud van gard (betekenis: hek)
garder, mv
- onbepaalde vorm nominatief meervoud van gard (betekenis: boerderij, hoeve; tuin)
- gar·der
garder, mv
- onbepaalde vorm nominatief meervoud van gard
- ↑ garder (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 6
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Werkwoord in het Frans
- Woorden in het Noors
- Woorden in het Noors van lengte 6
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Woorden in het Nynorsk van lengte 6
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nynorsk