bewaarder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·waar·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bewaarder bewaarders
verkleinwoord bewaardertje bewaardertjes

Zelfstandig naamwoord

bewaarder m

  1. een persoon die niets kan weggooien
    • Mijn moeder is een echte bewaarder. 
  2. (beroep) een persoon die ervoor zorgt dat gevangenen niet kunnen ontsnappen
    • De bewaarder zorgde ervoor dat het slot goed vast zat. 
  3. beschermer, hoeder
    • Jij bent de bewaarder en de bezitter van de letters in het kistje. [1] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 17