basket

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bas·ket
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engels (mand)
enkelvoud meervoud
naamwoord basket baskets
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

basket v / m

  1. (sport) de ring met netje bij basketbal
  2. basketbal
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
basketten

basket

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van basketten
    Ik basket.
  2. gebiedende wijs van basketten
    Basket!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van basketten
    Basket je?


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
basket baskets

Zelfstandig naamwoord

basket

  1. mand; een bak gemaakt van gevlochten rotan of tenen voorzien van een handvat.