basketball

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bas·ket·ball

Werkwoord

vervoeging van
basketballen

basketball

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van basketballen
    Ik basketball.
  2. gebiedende wijs van basketballen
    Basketball!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van basketballen
    Basketball je?

Meer informatie


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
basketball [1]: -
[2]: basketballs

Zelfstandig naamwoord

basketball

  1. (sport) basketbal
  2. basketbal (bal)