basketten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

basketbal spelen
Uitspraak
Woordafbreking
  • bas·ket·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels

Werkwoord

basketten

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
basketten
baskette
gebasket
zwak -t volledig
  1. basketbal spelen
Synoniemen

Gangbaarheid

57 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.