barbarisme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bar·ba·ris·me
Woordherkomst en -opbouw
  • van Frans barbarisme, op te vatten als afgeleid van barbaar met het achtervoegsel -isme, in de betekenis van ‘leenwoord in strijd met de eigen taalnormen’ voor het eerst aangetroffen in 1780 [1] [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord barbarisme barbarismen
verkleinwoord barbarismetje barbarismetjes

Zelfstandig naamwoord

barbarisme o

  1. (pejoratief) bruut onbeschaafd gedrag
     In landen met een democratische traditie is het verleidelijk om in de waan te verkeren dat het ons nooit zal overkomen: onze politieke instellingen zijn immers te sterk, of ons volk houdt zo van zijn vrijheid, of wij zijn te modern en beschaafd om in barbarisme te vervallen.[4]
  2. (taalkunde) (pejoratief) woord of uitdrukking overgenomen uit een andere taal of gevormd naar een andere taal
     Weer struikelde ik over het barbarisme racisme, dit keer in de Ombudsman (…). Als Frans woord moet het als 'rasiezme' worden uitgesproken, maar het wordt doorgaans als een soort Engels beschouwd. Dan moet het als 'resism' worden verklankt, maar iedereen doet net alsof er 'rassisme' staat. Waarom schrijven we het dan niet zo, net als 'Rassismus' in het Duits?[5]
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
[2] benamingen voor barbarismen in het Nederlands:
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  barbarisme     le barbarisme     barbarismes     les barbarismes  

Zelfstandig naamwoord

barbarisme m

  1. (taalkunde) (pejoratief) barbarisme
Hyponiemen
Overerving en ontlening