graecisme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grae·cis·me
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘ontlening aan het Grieks’ voor het eerst aangetroffen in 1552 [1]
  • afgeleid van het Latijnse 'Graecus' (Grieks) met het achtervoegsel -isme [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord graecisme graecismen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

graecisme o

  1. (barbarisme) Een woord of uitdrukking overgenomen uit het Oudgrieks of gevormd naar het Oudgrieks (een zogenaamd barbarisme)
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

33 % van de Nederlanders;
31 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen