barbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bar·baar
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘onbeschaafd persoon’ voor het eerst aangetroffen in 1348 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord barbaar barbaren
verkleinwoord barbaartje barbaartjes

Zelfstandig naamwoord

barbaar m

  1. een persoon zonder besef van waarden, smaak en/of gevoel
    • Wat ben je toch een barbaar! 
  2. een persoon die wreed van aard is, een wreedaard
    • Pas op voor die barbaar daar! 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen