anglicisme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·gli·cis·me
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘uit het Engels overgenomen woord of uitdrukking, in strijd met het eigen taalgebruik’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1]
  • afgeleid van het Latijnse 'Anglicus' (Engels) met het achtervoegsel -isme [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord anglicisme anglicismen
verkleinwoord anglicismetje anglicismetjes

Zelfstandig naamwoord

anglicisme o

  1. (barbarisme) Een woord of uitdrukking overgenomen uit het Engels of gevormd naar het Engels (een zogenaamd barbarisme)
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Zelfstandig naamwoord

anglicisme v; anglicisme.