appelsien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Appelsienen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·pel·sien
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord appelsien appelsienen
verkleinwoord appelsientje appelsientjes

Zelfstandig naamwoord

appelsien v/m

  1. (België, Limburg) een sinaasappel
    • Hij zat in de tuin een appelsien te eten. 

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ˈɑpɐɫziːn/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

appelsien m

  1. (Hooglimburgs), (fruit) sinaasappel, appelsien.
Verbuiging