appelsien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·pel·sien
enkelvoud meervoud
naamwoord appelsien appelsienen
verkleinwoord appelsientje appelsientjes

Zelfstandig naamwoord

appelsien v/m

  1. (België, Limburg) een sinaasappel
    Hij zat in de tuin een appelsien te eten.


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ˈɑpɐɫziːn/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

appelsien m

  1. (Hooglimburgs), (fruit) sinaasappel, appelsien.
Verbuiging