ank

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Ank


Nederlands

1. Een ank met daaromheen de bijbehorende bolponsen.
Uitspraak
Woordafbreking
  • ank
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ank anken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ank m

  1. (edelsmeedkunst) hardmetalen blokje met uitsparing in de vorm van een halve bol met een verschillende diameter in elk vlak, om in dun metaal met een bolpons komvormige uithollingen te maken
    • De 2 koperplaatjes mochten we naar wens bewerken, we hadden hier een tang voor het maken van gaatjes en bolponsen en een ank ter beschikking. [2]
  2. (aardrijkskunde) uitspraakvariant van hank, doodlopende rivierarm

Gangbaarheid

26 % van de Nederlanders;
15 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ank
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Noorse zelfstandige naamwoord anke
Naar frequentie > 50000
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   ank     anken     anker     ankene  
genitief   anks     ankens     ankers     ankenes  

Zelfstandig naamwoord

ank, m

  1. (het) klagen
  2. (het) kreunen
  3. (het) zuchten
  4. angst, bezorgdheid, onrust, zorg
Synoniemen
Verwante begrippen
Typische woordcombinaties
  • [2]: ha ank for noe
bang zijn voor iets


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ank
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Nynorske zelfstandige naamwoord anke
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   ank     anken     ankar     ankane  

Zelfstandig naamwoord

ank, m

  1. (het) klagen
  2. (het) kreunen
  3. (het) zuchten
  4. angst, bezorgdheid, onrust, zorg
Synoniemen
Verwante begrippen
Typische woordcombinaties
  • [2]: ha ank for noko
bang zijn voor iets