afronden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ron·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afronden
rondde af
afgerond
zwak -d volledig

Werkwoord

afronden

  1. overgankelijk (statistiek) (economie) het vervangen van een getal met te veel decimalen door het meest dichtbije getal met het gewenste aantal decimalen
    • Het getal 12,5467 kan op één decimaal afgerond worden tot 12,5, maar daarbij wordt wel een afrondfout gemaakt die een uniforme verdeling heeft. 
    • In de winkel ronde men te prijzen af tot veelvouden van 5 cent. 
    • De belastingdienst rondt bedragen af tot veelvouden van 1 euro. 
  2. overgankelijk vervolmaken, afmaken, voltooien, afsluiten
    • Hij heeft zijn studie nog niet afgerond. 
  3. overgankelijk scherpe hoeken rond maken
    • De hoeken van de tafel zijn nog niet afgerond. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: naar boven afronden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie