voltooien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vol·tooi·en
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voltooien
voltooide
voltooid
zwak -d volledig

Werkwoord

voltooien

  1. ten einde brengen
    U heeft uw missie succesvol voltooid, proficiat!
Vertalingen