aangever

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Rijk de Gooyer was de aangever van Johnny Kraaijkamp
Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ge·ver
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aangever aangevers
verkleinwoord aangevertje aangevertjes

Zelfstandig naamwoord

aangever m [1]

  1. (beroep) bij een komisch duo degene de de grap begint terwijl de andere de grap afmaakt
    - De aangever doet zich meestal wat serieuzer en slimmer voor dan de komiek van het duo.
    - Een deel van die kunst is gemaakt door James Franco, de acteur-alleskunner die van Laird een onvergetelijk personage maakt. Maar hij kan natuurlijk niet zonder perfecte aangever. Bryan Cranston is zeer op dreef als schoonvader die iets te fanatiek de competitie aangaat met Laird om de gunst van dochter Stephanie. En dan flirt Laird ook nog eens schaamteloos met Neds vrouw, die helemaal opbloeit door zoveel aandacht. [2]
  2. (juridisch) iemand die aangifte doen van geboorte of sterfte
    Ik ben de aangever geweest van mijn kinderen.
  3. (financieel) iemand die aangifte doet bij de belastingen
  4. (juridisch) iemand die het gezag informeert over iets wat verkeerd is gegaan
    - Moszkowicz is sinds 2006 geschrapt van het tableau wegens onbehoorlijke praktijkvoering. Dat betekent dat hij zich niet meer mag uitgeven als advocaat. Tegenwoordig heeft hij daarom een juristenkantoor in Amstelveen. De acht aangevers beklaagden zich erover dat Moszkowicz met de inrichting van zijn kantoor – een advocatendiploma aan de muur en een toga aan de kapstok – de indruk had gewekt nog steeds advocaat te zijn. Tegenover een van hen zou hij bovendien hebben gezegd dat hij dat ambt nog steeds uitoefent. [3]
  5. (sport) speler die de voorzet geeft waardoor een ploeggenoot kan scoren
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. NRC André Waardenburg 20 december 2016
  3. NRC 5 januari 2017