informant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·for·mant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord informant informanten
verkleinwoord informantje informantjes

Zelfstandig naamwoord

informant m

  1. iemand die informeert (= inlichtingen verstrekt) (aan de autoriteiten over het gebeuren in de onderwereld of het verzet)
    • Ze kwamen erachter dat hij een informant geworden was 
    informant bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie