informant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·for·mant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord informant informanten
verkleinwoord informantje informantjes

Zelfstandig naamwoord

informant m

  1. iemand die informeert (= inlichtingen verstrekt) (aan de autoriteiten over het gebeuren in de onderwereld of het verzet)
    Ze kwamen erachter dat hij een informant geworden was
    informant bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Vertalingen