verrader

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ra·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verrader verraders
verkleinwoord verradertje verradertjes

Zelfstandig naamwoord

verrader m

  1. iemand die verraad pleegt
    • Verrader! Jij zult boeten voor je verraad! 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen