judas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Judas


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ju·das
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord judas judassen
verkleinwoord judasje judasjes

Zelfstandig naamwoord

judas m

  1. (pejoratief) onbetrouwbaar persoon
  2. (bouwkunde) kijkgaatje in een deur
    • Een celdeur met een judas . 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
judassen

judas

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van judassen
    • Ik judas. 
  2. gebiedende wijs van judassen
    • Judas! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van judassen
    • Judas je? 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen