Naar inhoud springen

aangeven

Uit WikiWoordenboek
  • aan·ge·ven
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aangeven
gaf aan
aangegeven
klasse 5 volledig

aangeven

  1. overgankelijk aanreiken, in handen geven
    • Kun je me de afstandsbediening aangeven? 
     De serveerster achter de toonbank had koffie op onze schoteltjes gemorst, het koffiebroodje waar ik om had gevraagd was bijna helemaal doorweekt. Toen ik om een ander schoteltje vroeg, negeerde ze me, en toen ik betaalde, wilde ze me het wisselgeld niet aangeven.[1]
  2. overgankelijk aanduiden
    • Hij gaf de zaken die hij besprak aan op het beeldscherm met een laserstokje. 
     Het onderzoek haalt niet de ‘gouden standaard’ van 5 standaarddeviaties. Maar het geeft wel aan dat het zeer waarschijnlijk is dat de ontdekking echt is en geen gril van de gegevens is.[2]
  3. overgankelijk een (gezocht) persoon bij de autoriteiten melden
    • De vrouwenmishandelaar werd door de buren aangegeven. 
    • Je moet het pasgeboren kind aangeven bij de gemeente. 
     Het was het Duitse gezin dat haar had betrapt en ontslagen. Isaac was met hen gaan praten en had uitgelegd dat ze geestelijke problemen had - wat gelogen was, maar alles was geoorloofd om te voorkomen dat de Frau haar zou aangeven bij de guardia civil.[1]
  • de toon aangeven
de leider zijn, bepalen welke richting het op gaat
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. 1 2
    Jessie Burton (vert.Marja Borg)
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Bronlink geraadpleegd op 25 april 2025 Weblink bron
    Karmela Padavic Callaghan
    “LHC breekt record met detectie zwaarste antimaterie-atoom ooit” (23 april 2025), newscientist
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be