aangeven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ge·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van geven met het voorvoegsel aan-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aangeven
gaf aan
aangegeven
klasse 5 volledig

Werkwoord

aangeven

  1. (ditransitief) aanreiken
    Kun je me de afstandsbediening aangeven?
  2. aanduiden
    Hij gaf de zaken die hij besprak aan op het beeldscherm met een laserstokje.
  3. een gezocht persoon bij de authoriteiten melden
    De vrouwenmishadelaar werd door de buren aangegeven.
Uitdrukkingen en gezegden
  • de toon aangeven
de leider zijn
Vertalingen