aalmoezenier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

baretembleem voor aalmoezeniers in het leger
Uitspraak
Woordafbreking
  • aal·moe·ze·nier
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘katholiek geestelijke’ voor het eerst aangetroffen in 1251 [1]
  • afgeleid van aalmoes met het achtervoegsel -ier met het invoegsel -en- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord aalmoezenier aalmoezeniers
verkleinwoord aalmoezeniertje aalmoezeniertjes

Zelfstandig naamwoord

aalmoezenier m [3]

  1. (religie) rooms-katholieke geestelijke voor militairen, gevangenen en leden van jeugdbewegingen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen