Naar inhoud springen

aalmoezen

Uit WikiWoordenboek
  • aal·moe·zen

deaalmoezenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord aalmoes
     ' 'Voor de behoeftigen van deze stad zijn veel aalmoezen nodig,' zegt hij.[1]
     Ze vraagt zich af hoeveel er van de vierhonderd gulden in zijn zak zal verdwijnen voordat de baardragers worden betaald en de aalmoezen worden uitgedeeld.[1]
  1. 1 2
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526