Amerikaan
Uiterlijk
- Ame·ri·kaan
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | Amerikaan | Amerikanen |
| verkleinwoord | Amerikaantje | Amerikaantjes |
de Amerikaan m
- (demoniem) persoon die in Noord- Zuid- of Midden-Amerika woont of daaruit afkomstig is
- (demoniem) inwoner van de Verenigde Staten van Amerika
- ▸ Slaoui zei dat hij zich inderdaad een zwarte Mercedes en een Amerikaan kon herinneren, maar geen Marokkaan.[3]
- ▸ Aan hun kant wordt er niet over gepraat, en dat is bepaald geen welwillende stilte: binnenkort landen de dertiende, veertiende, vijftiende en zestiende Amerikaan op de stoffige heilige maankorst en nog altijd heeft geen Rus er voet aan de grond gezet.[4]
| Demoniemen bij Amerika in het Nederlands | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
inwoner: Amerikaan • inwoonster: Amerikaanse • bijvoeglijk: Amerikaans | |||||||||||
1. een persoon die in Amerika woont
2. een inwoner van de Verenigde Staten van Amerika
- Het woord Amerikaan staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Amerikaan op website: Etymologiebank.nl
- ↑ www.nu.nl
- ↑ Safae el Khannoussi“Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim
, ISBN 9789493339125 - ↑ Samantha Harvey“In Orbit” (2024), De Bezige Bij
, ISBN 9789403135625
Amerikaan g
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -aan in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Demoniem in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Fries
- Zelfstandig naamwoord in het Fries