demoniem
Uiterlijk
- Geluid: demoniem (hulp, bestand)
- IPA: / ˌdemoˈnim / (3 lettergrepen)
- (Noord-Nederland): /ˌde.mo.ˈnim/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˌde.mo.ˈnim/
- (Limburg): /ˌde.mo.ˈnim/
- de·mo·niem
- van Engels demonym, in 1988 gebruikt door de 20e-eeuwse Amerikaanse taalkundige George H. Scheetz in zijn boek Names’ Names: A Descriptive and Prescriptive Onymicon, gevormd uit Oudgrieks δῆμος (démos) "volk" en ὄνυμα (ónuma) "naam" [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | demoniem | demoniemen |
| verkleinwoord | demoniempje | demoniempjes |
de demoniem v
- (taalkunde) naamwoord dat betrekking heeft op een bepaald land of volk
- "Tsjadisch" is een bijvoeglijk demoniem van het land Tsjaad.
- ▸ Het demoniem voor iemand die in de Betuwe woont is 'Betuwenaar'.[2]
- Het woord demoniem staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron Gearchiveerde versie Daniel Costa“demonym” (1 oktober 2022) op britannica.com
- ↑
Weblink bron Gearchiveerde versie “Bedenk een nieuwe streekvlag voor de Betuwe” (10 januari 2022) op nieuws.nl 