Amerikanen
Uiterlijk
- Geluid: Amerikanen (hulp, bestand)
- Ame·ri·ka·nen
de Amerikanen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord Amerikaan
- ▸ Hij had ze in de haven gezien, met hun paspoort in de hand en koffers als dominostenen om zich heen. Engelsen, Amerikanen, Argentijnen, Duitsers en Chilenen, en ook een paar rijk uitziende Spanjaarden. 'Ze zeggen dat ze vluchten voor het rode gevaar, maar ze zouden bang moeten zijn voor de bommenwerpers van Mussolini,' zei hij.[1]
- ▸ Twee Amerikanen deels blind doordat dop stalen fles in gezicht knalt.[2]
- Het woord Amerikanen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Jessie Burton (vert.Marja Borg)“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Weblink bron “Twee Amerikanen deels blind doordat dop stalen fles in gezicht knalt.” (11-7-2025), NOS