Naar inhoud springen

Amerikanen

Uit WikiWoordenboek
  • Ame·ri·ka·nen

deAmerikanenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord Amerikaan
     Hij had ze in de haven gezien, met hun paspoort in de hand en koffers als dominostenen om zich heen. Engelsen, Amerikanen, Argentijnen, Duitsers en Chilenen, en ook een paar rijk uitziende Spanjaarden. 'Ze zeggen dat ze vluchten voor het rode gevaar, maar ze zouden bang moeten zijn voor de bommenwerpers van Mussolini,' zei hij.[1]
     Twee Amerikanen deels blind doordat dop stalen fles in gezicht knalt.[2]
  1. Jessie Burton (vert.Marja Borg)
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Bronlink geraadpleegd op 11-7-2025 Weblink bron “Twee Amerikanen deels blind doordat dop stalen fles in gezicht knalt.” (11-7-2025), NOS