uitrusting
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·rus·ting
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van uitrusten met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | uitrusting | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
uitrusting v
- (militair), (scheepvaart) de beschikbaar gestelde voer-, vlieg- of vaartuigen, bewapening, gereedschappen en hulpmiddelen, om een taak uit te voeren
- De uitrusting van de expeditie was ontoereikend, het gestelde doel werd niet bereikt.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
- bewapening, expeditie, gereedschap, helm, kleding, leger, munitie, pantser, rantsoen, rederij, schip, schoeisel, tent, tuigage, uniform, veldtocht, voedsel, voorraad