schip

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Clipper Stad Amsterdam

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schip
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schip schepen
verkleinwoord scheepje scheepjes

Zelfstandig naamwoord

schip o

  1. (scheepvaart) een groot vaartuig voor de verplaatsing over water
    Tussen de duinen door kan je het schip nog net zien varen.
  2. (bouwkunde) grootste ruimte in de lengterichting van een kerkgebouw
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl