munitie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mu·ni·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • via het Frans van het Latijnse munire (voorzien)
enkelvoud meervoud
naamwoord munitie
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

munitie v/m

  1. schietbenodigdheden
    In West-Vlaanderen haalt een vrachtwagentje nog steeds (anno 2011) dagelijks niet ontplofte munitie, overgebleven uit de Eerste Wereldoorlog, op: 250.000 kilo per jaar. [1]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. ineuropa