tent

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tent
Woordherkomst en -opbouw
  • Via het Franse tente van het Latijnse voltooid deelwoord tendita.
enkelvoud meervoud
naamwoord tent tenten
verkleinwoord tentje tentjes

Zelfstandig naamwoord

tent m

  1. verplaatsbare constructie van over stokken of buizen gespannen doek die als (tijdelijk) onderdak dient
  2. (informeel) café, restaurant of andere openbare plek
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • de tent afbreken
alles kort en klein slaan (bijvoorbeeld in een café)
  • de tent sluiten
een café, restaurant enz. sluiten
ophouden met werken
  • ergens zijn tenten opslaan
ergens gaan wonen
  • iemand uit zijn tent lokken
iemand bewust tot (nadelig) handelen verlokken, iemand provoceren
Vertalingen

Meer informatie


Noors

Woordafbreking
  • tent

Werkwoord

tent

  1. voltooid deelwoord van tenne


Nynorsk

Woordafbreking
  • tent

Werkwoord

tent

  1. voltooid deelwoord van tene
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen