voorraad
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voor·raad
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voorraad | voorraden |
| verkleinwoord | voorraadje | voorraadjes |
Zelfstandig naamwoord
voorraad m
- wat voor later gebruik wordt opgeslagen
- Hij had genoeg voorraad om de winter door te komen.