uniform

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uni·form
enkelvoud meervoud
naamwoord uniform uniformen
verkleinwoord uniformpje uniformpjes

Zelfstandig naamwoord

uniform o en v/m

  1. gelijke, vaak voorgeschreven, kleding
  2. (spellingsalfabet) spelwoord van het ITU/NAVO-spellingalfabet voor de letter u
Synoniemen
Hyperoniemen


stellend vergrotend overtreffend
onverbogen uniform uniformer meest uniform
verbogen uniforme uniformere meest uniforme

Bijvoeglijk naamwoord

uniform

  1. éénvormig, gelijkvormig
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen