tuigage
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- tui·ga·ge
Woordherkomst en -opbouw
- Van "tui" (takel of touw)
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tuigage | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
tuigage v
- (scheepvaart) het geheel van masten, bomen, zeilen en touwwerk van moderne zeilschepen
- De masten en hun verstaging, de takelage, werden vroeger niet tot de tuigage gerekend.
Synoniemen
Meroniemen
- blok, boegspriet, bras, fok, gaffel, giek, leioog, mast, ra, putting, reep, schoot, stag, steng, val, want, zeil
Verwante begrippen
aftakeling, aftuiging, onttakeling, scheepsbouw, takelage, zeilen, zeiljacht, zeilplan, zeilschip
Vertalingen
1. het geheel van masten, bomen, zeilen en touwwerk van moderne zeilschepen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.