tocht

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tocht

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord tocht tochten
verkleinwoord tochtje tochtjes

tocht m

  1. luchtbeweging onstaan door openingen.
  2. het trekken of reizen.
  3. een soort watergang.
Afgeleide begrippen
  1. tochthond
  2. autotocht, fietstocht, speurtocht, trektocht, voettocht, wandeltocht, zoektocht
Vertalingen

1.

2.


Meer informatie

Persoonlijke instellingen