tochten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toch·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tochten
tochtte
getocht
zwak -t volledig

Werkwoord

tochten

  1. (onpersoonlijk) trekken van de wind
  2. (onpersoonlijk) de tocht doorlaten
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

tochten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord tocht