Zug

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Zug

Zelfstandig naamwoord

Zug m

  1. tocht
  2. trein
  3. teug
    «Dies ist der Zug nach nirgendwo.»
    Dit is de trein naar nergens.
Verbuiging
Afgeleide begrippen