borgtocht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- borg·tocht
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | borgtocht | borgtochten |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
borgtocht m
- (juridisch) het voorlopig vrijlaten van een gevangene tegen storting van een borgsom
- Iran laat de Amerikaanse gevangenen op borgtocht vrij.
- (juridisch) een overeenkomst waarbij de borgsteller garant staat voor de schulden van de schuldenaar.
- Deze borgtocht dient als onderpand voor het nakomen van de verplichtingen van de aannemer.