borgtocht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • borg·tocht
enkelvoud meervoud
naamwoord borgtocht borgtochten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

borgtocht m

  1. (juridisch) het voorlopig vrijlaten van een gevangene tegen storting van een borgsom
    Iran laat de Amerikaanse gevangenen op borgtocht vrij.
  2. (juridisch) een overeenkomst waarbij de borgsteller garant staat voor de schulden van de schuldenaar.
    Deze borgtocht dient als onderpand voor het nakomen van de verplichtingen van de aannemer.