bark

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
De bark "SV Europa"

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bark
enkelvoud meervoud
naamwoord bark barken
verkleinwoord barkje barkjes

Zelfstandig naamwoord

bark v/m

  1. (scheepvaart) typen zijlschepen met drie of meer masten
    Gisteren zagen we een heel mooie bark varen.
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • bark
enkelvoud meervoud
bark barks

Zelfstandig naamwoord

bark

  1. schors
  2. geblaf
vervoeging
onbepaalde wijs to bark
he/she/it barks
verleden tijd barked
voltooid
deelwoord
barked
onvoltooid
deelwoord
barking
gebiedende wijs bark

Werkwoord

bark

  1. blaffen
  2. ontschorsen
  3. schrapen


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • bark

Zelfstandig naamwoord

bark g

  1. schors, bast.
Verbuiging
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen