koning

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·ning
enkelvoud meervoud
naamwoord koning koningen
verkleinwoord koninkje koninkjes

Zelfstandig naamwoord

koning m

  1. (regering) het mannelijk hoofd van een koninkrijk.
  2. een speelkaart waarvan de waarde meestal tussen die van de vrouw en de aas ligt.
  3. (schaak) het stuk dat, wanneer het verslagen wordt, tot direct verlies leidt.
Vertalingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
koning konings

Zelfstandig naamwoord

koning

  1. koning
Persoonlijke instellingen