roi
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Bretons
Werkwoord
roi
Frans
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Latijnse rex over het Oud-Franse rei naar roi.
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord | |
| mannelijk | roi | le roi | rois | les rois |
| vrouwelijk | reine | la reine | reines | les reines |
Zelfstandig naamwoord
roi m
- koning
- «Hier, le roi a visité la ville de Courtrai.»
- Gisteren heeft de koning de stad Kortrijk bezocht.
- «Beaucoup d'enfants veulent devenir un roi quand ils sont grands.»
- Veel kinderen willen koning worden wanneer ze groot zijn.
- «Hier, le roi a visité la ville de Courtrai.»