koninklijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /ˈkonɪŋklək/
Woordafbreking
- ko·nink·lijk
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | koninklijk | koninklijker | koninklijkst |
| verbogen | koninklijke | koninklijkere | koninklijkste |
Bijvoeglijk naamwoord
koninklijk
- betrekking hebbend op een koning, koningin, aan of bij hem, haar behorend, van hem, haar uitgaand.
- De koninklijke juwelen worden zorgvuldig bewaard.
Synoniemen
- (zelden) regaal
Vertalingen
betrekking hebbend op een koning, koningin, aan of bij hem, haar behorend, van hem, haar uitgaand
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.