koninklijk

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  • IPA: /ˈkonɪŋklək/
Woordafbreking
  • ko·nink·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen koninklijk koninklijker koninklijkst
verbogen koninklijke koninklijkere koninklijkste

Bijvoeglijk naamwoord

koninklijk

  1. betrekking hebbend op een koning, koningin, aan of bij hem, haar behorend, van hem, haar uitgaand.
    De koninklijke juwelen worden zorgvuldig bewaard.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Andere talen