vorst

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  • IPA: /vɔrst/
Woordherkomst en -opbouw
Woordafbreking
  • vorst
1 enkelvoud meervoud
naamwoord vorst vorsten
verkleinwoord vorstje vorstjes

Zelfstandig naamwoord

vorst

  1. heersend edelman, bijvoorbeeld een koning of keizer.
    De vorst werd tot aftreden gedwongen.
  2. (meteorologie) weersomstandigheden waarbij water in ijs verandert.
    Er wordt tien graden vorst voorspeld.
2 enkelvoud meervoud
naamwoord vorst
verkleinwoord vorstje
Vertalingen
Persoonlijke instellingen