werkgroep
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- werk·groep
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | werkgroep | werkgroepen |
| verkleinwoord | werkgroepje | werkgroepjes |
Zelfstandig naamwoord
- een groep mensen die gezamenlijk een bepaald probleem te lijf gaat
- Deze werkgroep kwam tot de conclusie dat de huidige aanpak niet langer haalbaar is.
Vertalingen
1. groep mensen die gezamenlijk een bepaald probleem aanpakt