dood
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dood
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dood | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- de toestand na het leven
- Vele mensen vrezen de dood.
Verwante begrippen
Vertalingen
1. de toestand na het leven
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | dood |
| verbogen | dode |
Bijvoeglijk naamwoord
dood
- niet meer levend
- Onze dode kat werd waardig begraven.
Verwante begrippen
Vertalingen
1. niet meer levend
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| doden |
dood
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doden
- Ik dood.
- gebiedende wijs van doden
- Dood!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doden
- Dood je?
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dood | - |
Zelfstandig naamwoord
dood
- dood
- «'n Natuurlike dood sterwe.»
- Een natuurlijke dood sterven.
- «'n Natuurlike dood sterwe.»
| stellend | attributief |
|---|---|
| dood | dooie |
Bijvoeglijk naamwoord
dood