leven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- le·ven
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| leven |
leefde |
geleefd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
leven
- het doormaken van het leven
- Zij leven al drie jaar langer dan verwacht met die ziekte.
- Wij zullen lang leven!
Hyponiemen
Vertalingen
1. het doormaken van het leven
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | leven | levens |
| verkleinwoord | leventje | leventjes |
Zelfstandig naamwoord
leven o
- een voortbestaan van organismen, gericht op groei en/of vermenigvuldiging
- Het leven op aarde moet er tijdens de ijstijd heel anders uitgezien hebben dan nu.
- de tijdsspanne die men levend doorbrengt
- Die schrijver heeft gedurende zijn leven heel wat werken geschreven die ook vandaag nog veel gelezen worden.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een voortbestaan van organismen, gericht op groei en/of vermenigvuldiging
2. de tijdsspanne die men levend doorbrengt
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Cornisch
Bijvoeglijk naamwoord
leven
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bezieldheid: niet geanimeerd
- Metadomein: abstract
- WikiWoordenboek:Na te kijken vertalingen
- Woorden in het Cornisch
- Bijvoeglijk naamwoord in het Cornisch