leven

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Lettergrepen
  • le·ven

Werkwoord

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
leven
leefde
geleefd
zwak -d volledig

leven

  1. het doormaken van het leven.

Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord leven levens
verkleinwoord leventje leventjes

leven o

  1. een voortbestaan van organismes, gericht op groei en/of vermenigvuldiging
  2. de tijdsspanne die men levend doorbrengt

Vertalingen

Cornisch

Bijvoeglijk naamwoord

leven

  1. glad
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen