verscheiden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·schei·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verscheiden |
verscheidde |
verscheiden |
| gemengd | volledig | |
Werkwoord
verscheiden
- (ergatief) overlijden, doodgaan
- Toen hij verscheidde gaf dat grote beroering in de gemeenschap.
Vertalingen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verscheiden | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
verscheiden o
- dood, overlijden
- Zijn verscheiden kwam onverwachts.
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | verscheiden |
| verbogen | verscheidene |
Bijvoeglijk naamwoord
verscheiden
- van variërende aard
- Hij hield zich met verscheidene zaken bezig.