dodelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /'do:dələk/
Uitspraak
Woordafbreking
- do·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
Bijvoeglijk naamwoord
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | dodelijk | dodelijker | dodelijkst |
| verbogen | dodelijke | dodelijkere | dodelijkste |
dodelijk
- de dood veroorzakend
- Een dodelijk verkeersongeval, dodelijke gassen.
- heel afmattend, bijzonder lastig:
- De Koppenberg bleek alweer dodelijk in de Ronde van Vlaanderen.
- heel ongunstig, rampzalig, nefast:
- Al die regeltjes zijn dodelijk voor het ondernemerschap.
Vertalingen
1. de dood veroorzakend