doel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Doel op voetbalveld [2]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doel
enkelvoud meervoud
naamwoord doel doelen
verkleinwoord doeltje doeltjes

Zelfstandig naamwoord

doel o

  1. het punt waarop men zich richt
    Het doel van deze vergadering was het herzien van het schoolreglement.
  2. (sport) een van de twee gemarkeerde ruimten op een sportveld, een bal die daarin op correcte wijze terechtkomt, levert een doelpunt op voor de tegenstander
    Het doel op het speelveldje heeft geen net.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • een haalbaar doel
  • zich iets ten doel stellen
Vertalingen

Meer informatie


Fries

Zelfstandig naamwoord

doel

  1. doel