doelloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doel·loos
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van doel met het achtervoegsel -loos
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen doelloos doellozer doelloost
verbogen doelloze doellozere doellooste

Bijvoeglijk naamwoord

doelloos

  1. zonder te weten waartoe iets dient of waar men heen wil
    En zo begon zijn doelloze zwerftocht, die hem uiteindelijk naar de westkust zou voeren.