bedoelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·doe·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bedoelen |
bedoelde |
bedoeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
bedoelen
- met een woord of toespeling iets of iemand aanduiden of proberen aan te duiden
- Ik bedoel maar te zeggen dat ik wél even gelijk had...
- (overgankelijk) iets met een bepaald oogmerk doen
- Zo kwaad was het nou ook weer niet bedoeld.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. met een woord of toespeling iets of iemand aanduiden of proberen aan te duiden